agenda per maand

terug








Veluwestad wordt mede mogelijk gemaakt door steun van:

rabobanklogo.giflogo_PBC2.gif

rheden.gif

Veluwestad

Het is 2050. Als gevolg van de klimaatsverandering is het zeepeil aanzienlijk gestegen. De westelijke helft van Nederland staat onder water, maar in het Oosten, op de Veluwe, wordt een nieuw Nederland gebouwd. Hoe ziet dat eruit en hoe zal het zijn om er te leven? Veluwestad, een tentoonstellingsproject van beeldend kunstenaar Hans Jungerius en dichter Han van der Vegt, probeert op deze vraag een antwoord te geven. Door de mist van het heden kijken Jungerius en Van der Vegt naar de afglans van de toekomst.

Aan het toekomstbeeld van dichter Han van der Vegt is het, op z’n zachtst gezegd, even wennen. Boven Veluwestad hangt een pittige zeelucht. Nog steeds spoelen er resten aan, afkomstig uit de ondergelopen dorpen en steden. Tijd voor weemoed is er evenwel weinig. In Veluwestad is het een drukte van belang. Als een ijverige hoop mieren bouwen de Nederlanders aan hun nieuwe wereld. De door Van der Vegt gemaakte geluidsinstallatie roept daarvan een filmisch panorama voor de geest. Is dit een postmoderne overwintering op Nova Zembla of de komende kans voor mensen die dromen van een nieuw kapitalistisch elan en onbegrensde mogelijkheden? Hoe je het ook uitlegt, in Van der Vegts wereld wacht op iedere straathoek een nieuwe dubbelzinnige verrassing. Voor wie iets wil proeven van de voor de geluidsinstallatie geschreven teksten, zijn ze hieronder te lezen. (Meer werk van Han van der Vegt vindt u op www.hanvandervegt.com)

Ook aan het door Hans Jungerius geschetste toekomstbeeld moet je wennen. In zijn toekomstvisie speelt de modernistische nieuwbouwarchitectuur van na de Tweede Wereldoorlog opnieuw een rol. Zijn we die modernistische nieuwbouwwijken niet juist aan het renoveren en gedeeltelijk aan het afbreken? Inderdaad, maar wellicht staan we over veertig of vijftig jaar voor oude problemen in een nieuwe vorm.

Als we straks rond 2050 aan een nieuw Nederland moeten bouwen, dan is dat immers voor de tweede keer. Na de Tweede Wereldoorlog en de economische en maatschappelijke schade van vijf jaar bezetting moest Nederland eveneens  worden herbouwd. Dat gebeurde op een voor die tijd typische manier door de hele zaak van bovenaf gestuurd en planmatig aan te pakken. Vrijwel iedereen geloofde dat alles beter zou worden. Nederland veranderde in korte tijd van gezicht en bij die verandering speelde de modernistische architectuur een rol van betekenis.

Het Modernisme bleek zich uitstekend te lenen voor een grootschalige en industriële manier van bouwen, nodig om de na-oorlogse woningnood het hoofd te bieden. Zo verschenen in Nederland – net als elders in de wereld – in de jaren vijftig en zestig modernistische nieuwbouwwijken. Nu moeilijk voorstelbaar is het feit dat woningen in dergelijke wijken gewild waren. Ze waren in vergelijking met veel voor-oorlogse woningen licht en ruim. Modernistische nieuwbouw belichaamde de toekomst, maar daar kwam al snel de klad in. Wijken als de Bijlmermeer in Amsterdam, Pendrecht in Rotterdam, Kanaleneiland in Utrecht, Emmermeer in Emmen, Presikhaaf in Arnhem en Veldhuizen in Ede kregen in de loop van de jaren zeventig en tachtig te maken met problemen op het gebied van leefbaarheid en openbare orde. Veel vroegere bewoners trokken er weg en hun plaats werd ingenomen door economisch kwetsbare nieuwkomers. Inmiddels hebben de meeste na-oorlogse nieuwbouwwijken hun eerste renovatieprogramma achter de rug en is een deel van de hoogbouw van tien en meer verdiepingen gesloopt. Van een belichaming van toekomst en voorruitgang werd de modernistische architectuur het symbool van sociale en economische problemen en achterstelling. Wereldwijd is de modernistische architectuur aan alle kanten afgekraakt. Hoe haal je het dan in je hoofd om het Modernisme en zelfs de modernistische hoogbouw het beeld te laten bepalen van het nieuw te bouwen Nederland?

Volgens Hans Jungerius lijkt dat inderdaad waanzin. Toch moet je je ook weer niet zomaar mee laten slepen door de huidige anti-modernistische mode. Achter de kritiek op de modernistische architectuur zit zo nu en dan de onuitgesproken pretentie dat we het nu beter weten en de fouten van het verleden voor eens en altijd achter ons hebben gelaten. Veel anti-modernisten hebben een even naïef geloof in de toekomst en de macht van hun eigen handelen als destijds de modernisten. Niettemin zijn er redenen om je af te vragen of de huidige stedenbouwkundige oplossingen als de Vinexwijk werkelijk beter zijn dan wat ooit in het verleden is bedacht. Afkeer van de na-oorlogse architectuur is bovendien nogal schizofreen. We hebben Nederland volgebouwd met modernistische en functionalistische gebouwen. Het gaat niet alleen om nieuwbouwwijken, maar ook om industrieterreinen, havens, militaire complexen, spoorwegemplacementen en cultuurpaleizen. We wonen en we werken er, maar modernistische en functionalistische omgevingen zijn beladen met allerlei negatieve betekenissen. Eigenlijk vinden we het niet mooi of aangenaam en hebben we een afkeer van de wereld die we collectief hebben geschapen. Is dat echter een kwestie van onbevooroordeelde ervaring of praten we onszelf en elkaar wat aan?

Jungerius pleit er voor om op een nuchtere en open manier naar de werkelijkheid te kijken. Daarin spelen modernisme en functionalisme een grote rol. Onze manier van bouwen is nog altijd een afgeleide van de industriële manier van bouwen die na de Wereld Oorlog werd ontwikkeld. We zijn er - hoe je het ook bekijkt - erg goed in. Bovendien levert het na-oorlogse Modernisme net als de militaire en de industriële architectuur nog altijd schitterende vormen en beelden op. Nu we niet meer onvoorwaardelijk geloven in vooruitgang en de alles regulerende overheid ter discussie staat, is het tijd om modernistische buitenwijken, industrieterreinen en andere complexen op hun werkelijke waarde te schatten. Ooit, dat wil zeggen in de zeventiende en achttiende eeuw, heeft men in Europa de natuur ontdekt. Wat daarvoor werd gezien als een bedreiging, werd gaandeweg gezien als een bron van schoonheid.  De esthetische beoordeling en waardering van iets is zeker geen puur individuele of aangeboren kwestie, maar iets wat mensen collectief ontwikkelen. Esthetische beoordeling lijkt bovendien een onderdeel van nog iets anders. Het is niet toevallig dat de ontdekking van de schoonheid van de natuur in de zeventiende en achttiende eeuw gepaard ging met een wetenschappelijke revolutie die de geheimen van die natuur ontrafelde. Begrijpen lijkt dus niet los te staan van andere manieren van kijken en waarderen. Met de waardering van de bebouwde omgeving die we de afgelopen vijftig jaar hebben geschapen is het waarschijnlijk niet anders. Als je met het oog op het nieuw te bouwen Nederland echt iets van het verleden en heden wilt leren, moet je om te beginnen de werkelijkheid van de bebouwde omgeving op een nieuwe en open manier bekijken.
info K13: Pers, alg.info, com.van aanbeveling,sponsors etc.exposities K13K13 en educatieK13 en verhuur - zaalverhuur en meer mogelijkhedenterug naar home-page K13reserveren voorstellingen K13