agenda per maand
|
|
|
![]() ![]() ![]() |
Harvesting boredom/Atmospheric optics Een dubbeltentoonstelling van Henri Jacobs en Simon van Til Te zien tot en met vrijdag 6 november 2009 Over het werk van Henri Jacobs De tentoonstelling toont, op de begane grond van K13, een reeks van tekeningen en een wandkleed, van Henri Jacobs, een Brabander van geboorte (1957) die sinds jaren werkt en woont in Brussel. Hoewel Jacobs niet echt beroemd is, heeft hij een aanzienlijke staat van dienst. Hij exposeerde in het Van Abbe in Eindhoven, verbleef met een beurs in het Van Doesburghuis te Meudon, nabij Parijs, en wordt sinds jaren vertegenwoordigd door Galerie Andriesse te Amsterdam. De kwaliteit van zijn werk leverde Jacobs een groot aantal opdrachten op waaronder de beschildering van de Tuinzaal in het Catshuis te Den Haag. In K13 is naast een reeks recente tekeningen ook ouder werk van Jacobs te zien. Het oudere werk bestaat uit tekeningen die Jacobs maakte in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw, een periode die door Jacobs wordt omschreven als moeizaam. Hij stond aan het begin van zijn loopbaan als kunstenaar en was op zoek naar een eigen vorm en een eigen manier van werken. Jacobs zoektocht voltrok zich voor een deel op zijn atelier. Wat leverde dat op? Voor een deel was het een ervaring van leegte en verveling, stelt hij achteraf vast. Hoe harder je zoekt naar iets in jezelf, hoe meer je in het niets grijpt. Maar ook dat kun je volgens Henri Jacobs zien als een soort oogst. Juist de verveling en het tasten in het niets leveren iets op dat naderhand van waarde blijkt te zijn en waarmee je vervolgens aan de slag kunt. Aan de hand van Jacobs vroege tekeningen is dat min of meer na te wijzen. Op een van die tekeningen, een tamelijk grote uit 1985 daterende tekening met de titel Toren van Babel, zie je een naakte man wiens rug wordt gereflecteerd door een spiegel achter hem terwijl diens torso van de voorzijde in een gekanteld perspectief voor hem wordt geprojecteerd. Het idee voor de tekening ontstond toen Jacobs op een ochtend naakt voor de spiegel stond en zich ook als kunstenaar enigszins naakt voelde. Toch zijn in de tekening de voor Jacobs latere werk typerende zaken aan te wijzen: de spiegeling van vormen, het door middel van geometrische lijnpatronen indelen en scheppen van ruimte en het kantelen van het perspectief. Die middelen kun je eveneens beschouwen als tamelijk naakt. Ze hebben weinig te maken met een individuele anekdotiek en persoonlijke lotgevallen, maar zijn in hun kale algemeenheid verbonden met de wereld als zodanig. Wat de aanvankelijke zoektocht naar een eigen onderwerp Jacobs in de schoot wierp was het inzicht dat hij juist met deze middelen een eigen en artistiek geldig oeuvre kon scheppen. Dit inzicht is in de loop van de tijd verder uitgekristalliseerd en dat is af te lezen aan Jacobs in de tentoonstelling eveneens tentoongestelde latere werken. Zijn van 2008 daterende journaaltekeningen 391 tot en met 394 en de van 2009 daterende journaaltekeningen 412 tot en met 420 lijken op het eerste gezicht weinig te maken te hebben met Jacobs vroegere werk. De eerste reeks bestaat uit caleidoscopische patronen, de tweede uit witte, deels gespiegelde krullen op een witte of zwarte achtergrond. Deze tekeningen ogen sierlijk, vrij en bewegelijk, maar hun basis - je ziet dat op de ondergrond - is een strak geometrisch patroon. Henri Jacobs maakt sinds 2003 vrijwel iedere dag een tekening, een manier van doen waarvan ook de in de tentoonstelling getoonde journaaltekeningen de vruchten zijn. Het gebruik van een raster of geometrisch patroon is daarbij een telkens terugkerend verschijnsel. Jacobs bedekt het tekenpapier met een fijn patroon van horizontale, verticale en diagonale lijnen of met een lijnpatroon dat zich volgens een bepaalde rekenkundige reeks horizontaal of verticaal verdicht. Een van de vele volgende stappen is het op basis van het raster uitzetten van patronen en vormen met passer en potlood, stift, pen, kwast en zelfs met de vingers. Wie de website van de kunstenaar bekijkt (www.henrijacobs.be) kan vaststellen dat Jacobs werk wat het laatste betreft zeer inventief en gevarieerd is: van uiterst strak tot ronduit los en van plat in het vlak tot uitgesproken ruimtelijk van illusie. Maar welke kant het ook opgaat, het raster is voor zijn tekeningen het samenbindende gegeven. Een geometrisch patroon of raster als basis voor een tekening lijkt oppervlakkig beschouwd toch zoiets als een blok aan je been, een beperking van de artistieke mogelijkheden. Is dat ook zo? Opmerkelijk genoeg meent Jacobs dat juist het raster hem de vrijheid biedt om te tekenen. Het is voor hem een middel om open en los van iedere persoonlijke bekommernis in te gaan op wat zich op een dag kan aandienen: een idee en de mogelijke uitwerking daarvan, iets dat hem te binnen is geschoten of iets wat hij heeft gezien, in zijn eigen hoofd of op straat in Brussel.en elders. Jacobs gewoonte om vrijwel iedere dag een tekening te maken heeft geleid tot een indrukwekkende verzameling, zoals te zien is op zijn website. Jacobs getekende universum dijt nog steeds naar alle kanten uit. De aanduiding 'universum' voor de door Henri Jacobs sinds 2003 gemaakte tekeningen lijkt hier niet overdreven. Het gaat niet alleen om het aantal tekeningen en de aangename, bijna onoverzichtelijkheid van de hele verzameling. Veel van zijn tekeningen lijken ook nog eens op zich een inkijk te bieden in wat zich voordoet als een deel van de oneindigheid; snapshot vanuit een ergens in een wiskundig universum rondzwevend ruimteschip. Die laatst genoemde indruk heeft alles te maken met Jacobs gebruik van rasters. Zoals gezegd, Jacobs maakt op allerlei manieren tekeningen, van grof tot fijn en in allerlei gradaties uitgewerkt. Daarbij zorgt de uitgekiende en strakke geometrie van het onderliggende raster telkens voor een sterk ruimtelijk effect. Je blikt dwarrelt dankzij de geometrie van de rasters merkwaardige, abstracte dieptes in of verliest zich in vlakke patronen die, hoewel begrensd door het tekenpapier, eindeloos lijken voort te woekeren. Jacobs spit hier de mogelijkheden uit om van de toeschouwer een tijdelijke visionair te maken. Door middel van een fundamenteel tekenkundig middel als het raster laat hij je iets zien wat er als zodanig niet is, maar je door je optisch misleidde hersenen niettemin voor ogen wordt geroepen en aldus wel degelijk een werkelijkheid bezit. En er is nog een effect dat Jacobs door het gebruik van rasters oproept. Jacobs tekeningen zijn onmiskenbaar Jacobs-achtig. De kunstenaar heeft een herkenbare hand en herkenbare voorkeuren op het gebied van kleuren en technieken. Daar staat tegenover dat de altijd heldere, strakke en afstandelijke geometrie van het onderliggende raster de tekeningen als het ware ontrukken aan de maker. Jacobs is niet alleen de ijverige schepper van al deze tekening, hij lijkt niet minder het medium en de doorgever van beelden die ogenschijnlijk altijd hebben bestaan, maar door een begaafde, menselijke hand uit hun verborgenheid tevoorschijn moesten worden geroepen. Misschien is dat een oude, Renaissancistische illusie - de kunstenaar die het al bestaande, maar nog verborgen beeld uit een vormeloze klomp steen tevoorschijn bikt - maar zo doen Jacobs tekeningen zich wel degelijk voor aan het oog. Ook al heb je de abstracte werelden die Jacobs voor ogen roept nog nooit voorgesteld, ergens weet je dat het allemaal niet zomaar nieuw kan zijn. Voor de verveelde kijker - en wie is dat tegenwoordig eigenblijk niet - levert dat iets aardigs op. Je kunt denken dat inmiddels alles wel is gezien en dat de hele wereld van alle kanten in beeld is gebracht. Toch blijkt het mogelijk om nog steeds nieuwe vensters te openen en je te verbazen over wat daarachter met tekenkunstige middelen te voorschijn kan worden geroepen. Het tekenen - volgens Jacobs de vrucht van een op zich leeg en zinloos bestaan en de daarmee gepaard gaande verveling - levert dus uiteindelijk de ideeėn en beelden op om aan de leegte en de verveling te ontsnappen. Simon van Til: Atmospheric optics Vrijheid en gebondenheid, individualiteit en objectiviteit zijn in het werk van Simon van Til (1985) steeds terugkerende thema“s. Hoe voorkomt de fotograaf dat hij zich laat leiden door sentimentaliteiten, culturele gemeenplaatsen en gewoontes die zogenaamde objectieve beelden van de werkelijkheid vooraf al bepalen en vertekenen? Een van de middelen die Van Til gebruikt is het vooraf vastleggen van de wijze waarop hij een foto zal maken om op die manier zijn eigen subjectiviteit en de daarin ondergronds doorwerkende, cultureel bepaalde verleidingingen zoveel mogelijk terug te dringen. Van Til werkt op dit moment onder meer aan een reeks hemelfoto“s. Volgens een vaststaand protocol fotografeert hij de donkere tinten blauw aan de hemel, zowel overdag als “s avonds. Het project, waarvan een aantal voorbeelden zijn te zien op de tentoonstelling, moet uiteindelijk leiden tot een verzameling van een honderdtal soorten hemelblauw. De achterliggende ambitie van Van Tils fotografische oefeningen is niet gering: de fotografie ontdoen van alle vooroordelen en slechte gewoontes, om dieper door te dringen tot de zichtbare werkelijkheid. |